Landbouw verandert pas als de belangen in de keten goed opgelijnd staan.

Landbouw verandert pas als de belangen in de keten goed opgelijnd staan.Als we het hebben over de problemen in de landbouw, dan hebben we het bijna altijd over de boer. De boer moet duurzamer zijn. De boer moet veranderen. Ik snap de gedachte, maar ik denk dat het de verkeerde plek is om te kijken. De boer is niet het systeem. De boer staat midden in een systeem.

De landbouw werkt niet op zichzelf. Dat heeft het nooit gedaan. Om de boer heen zitten toeleveranciers, verwerkers, distributeurs, technologiepartijen, regelgevers en uiteindelijk de consument. Ieder van hen bepaalt mee wat er daadwerkelijk op het erf gebeurt. Dus als je verandering wilt, dan kom je nergens door alleen de partij in het midden onder druk te zetten terwijl de rest van het systeem stilstaat. Je moet het geheel in beweging krijgen.

De echte uitdaging is de belangen op één lijn te krijgen

De uitdaging is dat iedereen in het systeem iets anders aan het oplossen is. De boer lost op voor overleven en rendement, en terecht, want de boer draagt het grootste deel van het risico in de keten. De maatschappij lost op voor milieubelasting. De beleidsmaker lost op voor regelgeving. Verschillende werkelijkheden, allemaal waar, allemaal los van elkaar. En zolang ze los van elkaar blijven, beweegt er weinig snel.

Daarom werkt "de boer moet veranderen" in de praktijk niet. Boeren zijn ondernemers, maar ook conservatief uit noodzaak. Ze nemen verandering aan als die wordt gesteund door partijen die ze vertrouwen, als de oplossing zich bewezen heeft, en als ze het terugzien in hun portemonnee. Als de economie niet klopt en de keten om hen heen niet meebeweegt, dan schaalt het niet. Zo simpel is het.

Wat er nu wel verandert

Wat mij vertrouwen geeft, is dat de ketenpartners zijn gaan bewegen. Neem de aardappelverwerkers. Hun klanten vragen inmiddels om specifieke kwaliteit, en om specifieke rapportage over wat er eerder in de keten is gebeurd, over wat er daadwerkelijk op het boerenerf is gebeurd. Daarmee heeft die verwerker ineens een echt belang bij wat er op het erf gebeurt. Ze kopen niet langer alleen maar een commodity. Ze hebben behoefte aan een betrouwbare aanvoer, aan inzicht in de prestaties, en aan een license to operate in de ogen van regelgevers en consumenten.

En daar wordt het interessant, want dat commerciële belang wordt een economische prikkel terug naar de boer. We zien nu al ketenpartijen die een premie betalen aan boeren die hun praktijken aanpassen en meebewegen in wat de maatschappij vraagt. Op het moment dat dat gebeurt, is duurzaamheid niet langer een kostenpost die de boer slikt, maar iets wat de boer verdient.

Zo breng je de belangen bij elkaar. De ketenpartij krijgt een toeleveringsketen die echt functioneert. De boer wordt netjes beloond voor beter produceren, ecologisch én in kwaliteit. En de maatschappij krijgt de reductie van de milieubelasting waar ze om vraagt. Economie en ecologie zijn hier geen tegenstellingen. Het systeem klopt  en versterkt elkaar.

Data is wat het bij elkaar houdt

Niets van dit alles werkt zonder data. Data is de verbindende factor. Het is wat de boer, de ketenpartner, de regelgever en de maatschappij aan elkaar koppelt. Je deelt data, je krijgt transparantie. Je krijgt transparantie, je bouwt vertrouwen op. En zodra je prestaties kunt meten en vergelijken, zie je eindelijk wat werkt en wat niet.

Data doet dus drie dingen tegelijk. Het zorgt voor transparantie, en dus voor vertrouwen. Het zorgt voor verbetering en dus voor rendement. En het maakt de reductie van milieubelasting meetbaar, en dat is precies wat de maatschappij wil. Dat is het mechanisme. Zonder data is ecosysteemdenken alleen maar een mooi idee. Met data heeft iedereen in de keten een concrete reden om mee te doen.

Dit is een opdracht, geen uitdaging

De taak van leiderschap in de landbouw is dus niet om de boer te repareren. Het is om het ecosysteem te orkestreren, om de prikkels, de data en de kennis op één lijn te brengen, zodat de boer betere beslissingen kan nemen terwijl de hele keten weerbaarder en productiever wordt. Je verandert de landbouw niet van buitenaf. Je moet werken van binnenuit en  het systeem op elkaar afstemmen.

En eerlijk gezegd zie ik dit niet eens als een uitdaging. Het is meer een opdracht, voor ons allemaal in de keten. De technologie is er. De commerciële logica wordt elk jaar duidelijker. We hebben al een paar echt mooie voorbeelden waarin het werkt. Wat er nog moet gebeuren, is de bereidheid om de dingen die we te lang gescheiden hebben gehouden weer met elkaar te verbinden, en om het voedselsysteem te zien voor wat het werkelijk is. Eén systeem, dat voor iedereen werkt of voor niemand.

Willem Unger Managing Director Plant Based at Royal Agrifirm Group

Previous
Previous

De nieuwe manier van het beschermen van gewassen

Next
Next

Economie en ecologie. Terug aan dezelfde tafel.